De vrije sector huurmarkt blijft onder druk staan. Het aanbod neemt verder af, terwijl de gemiddelde huurprijzen opnieuw stijgen. Tegelijkertijd zorgen veranderende wet- en regelgeving en een toenemende belastingdruk ervoor dat verhuurders kritisch kijken naar de toekomst van hun vastgoed. Wat betekenen deze ontwikkelingen voor vastgoedeigenaren en beleggers?
De belangrijkste cijfers op een rij
- De gemiddelde vierkantemeterprijs steeg met 4,7% ten opzichte van een jaar eerder.
- In het tweede kwartaal kwamen 11.389 vrije sector huurwoningen beschikbaar en werden 12.150 woningen afgemeld.
- Het aanbod nam hierdoor per saldo met 761 woningen af.
- Een vrije sector huurwoning ontving gemiddeld 27 reacties.
- De gemiddelde maandhuur voor nieuwe huurders bedroeg € 1.882.
- Een huurwoning stond gemiddeld 20 dagen online.
- De krapte-indicator kwam uit op 0,89 en wijst nog altijd op een uitgesproken verhuurdersmarkt.
Huurprijzen stijgen harder dan inflatie en koopprijzen
De gemiddelde huurprijs per vierkante meter in de vrije sector lag in het tweede kwartaal van 2026 4,7% hoger dan een jaar eerder. Daarmee stegen de huren harder dan de prijzen van koopwoningen, die met 3,9% toenamen. Ook lag de stijging boven de inflatie van 3,3%.
Nieuwe huurders betaalden gemiddeld € 1.882 per maand. Dat is 3,1% meer dan in hetzelfde kwartaal van 2025. Twee jaar eerder bedroeg de gemiddelde maandhuur nog € 1.557. Daarmee is de gemiddelde huurprijs in twee jaar tijd met bijna 21% gestegen.
Het is daarbij belangrijk om te benadrukken dat het om gemiddelde vraagprijzen bij nieuwe verhuringen gaat. De huurprijs die een verhuurder daadwerkelijk mag vragen, is afhankelijk van onder meer de woningwaardering, het toepasselijke huursegment en de geldende wet- en regelgeving.
Aanbod vrije sector neemt verder af
In het tweede kwartaal van 2026 kwamen 11.389 vrije sector huurwoningen beschikbaar. Tegelijkertijd werden 12.150 woningen afgemeld, omdat deze werden verhuurd, verkocht of om een andere reden van de markt verdwenen.
Per saldo nam het beschikbare aanbod daardoor met 761 woningen af. Deze ontwikkeling past in een bredere trend waarbij verhuurders besluiten hun woning bij een huurderswissel te verkopen. Sinds de invoering van de Wet betaalbare huur spelen niet alleen de huurprijsregulering, maar ook fiscale lasten en hogere exploitatiekosten een steeds grotere rol in de afweging tussen aanhouden en verkopen.
Minder reacties, maar nog steeds een krappe markt
Een vrije sector huurwoning ontving in het tweede kwartaal gemiddeld 27 reacties. Een jaar eerder waren dat er nog 56. Dat lijkt opvallend, omdat het totale aanbod tegelijkertijd verder afneemt.
Een belangrijke verklaring is de veranderende samenstelling van het aanbod. Een groter deel van de beschikbare woningen bevindt zich in de hogere prijsklassen. Op deze woningen reageren doorgaans minder woningzoekenden dan op woningen in het betaalbare en middeldure segment. Juist in de prijsklasse tussen circa € 1.228 en € 1.500 per maand blijft de concurrentie groot.
De afname van het gemiddelde aantal reacties betekent daarom niet dat de druk op de gehele huurmarkt is verdwenen. Vooral het aanbod van betaalbare huurwoningen blijft beperkt.
Vrije sector blijft een verhuurdersmarkt
Pararius brengt de verhouding tussen vraag en aanbod in beeld met een krapte-indicator. Daarbij worden onder andere het woningaanbod, de instroom van nieuwe huurwoningen, de looptijd van advertenties en het aantal reacties meegenomen.
In het tweede kwartaal van 2026 kwam deze indicator uit op 0,89, tegenover 0,32 een jaar eerder. De druk op de markt is daarmee iets afgenomen, maar van een evenwichtige markt is nog geen sprake. Volgens Pararius begint een eerste vorm van marktevenwicht pas bij een score van 5.
Een huurwoning stond gemiddeld 20 dagen online voordat deze werd afgemeld. Dat is twee dagen langer dan een jaar eerder. Ondanks deze lichte verruiming blijft de vrije sector daarmee structureel krap.
Hogere huurprijzen leiden tot hogere inkomenseisen
De stijgende huurprijzen hebben directe gevolgen voor woningzoekenden. Verhuurders hanteren bij de beoordeling van kandidaten vaak een inkomenseis die is gebaseerd op een veelvoud van de maandhuur. Bij een uitgangspunt van drie keer de huur komt het benodigde bruto maandinkomen bij de gemiddelde huurprijs uit op circa € 5.648.
Een jaar eerder bedroeg dit ongeveer € 5.477 per maand. Vergeleken met het tweede kwartaal van 2024 is de gemiddelde inkomensdrempel met bijna € 1.000 per maand gestegen.
Een passende inkomenseis kan verhuurders helpen om betalingsrisico’s te beperken. Tegelijkertijd blijft het belangrijk om kandidaten zorgvuldig en op een transparante, objectieve en niet-discriminerende manier te beoordelen.
Meer gemeubileerde woningen in het aanbod
Naast de huurprijzen verandert ook de samenstelling van het vrije sector aanbod. In het eerste kwartaal van 2026 werd 43,4% van de woningen gemeubileerd aangeboden, tegenover 35% een jaar eerder. Het aandeel kale woningen nam in dezelfde periode af van 31,7% naar 23,5%.
Gemeubileerde woningen hadden gemiddeld de hoogste vierkantemeterprijs. Toch betekent dit niet automatisch dat gemeubileerd verhuren voor iedere eigenaar de meest aantrekkelijke keuze is. De juiste oplevervorm hangt onder andere af van:
- de locatie en het type woning;
- de beoogde doelgroep;
- de verwachte huurperiode;
- de kosten en afschrijving van de inventaris;
- de toegestane huurprijs;
- de afspraken over meubilering en bijkomende kosten.
Een goede analyse vooraf voorkomt dat investeringen in stoffering of meubilering onvoldoende rendement opleveren.
Grote regionale verschillen
Amsterdam bleef in het tweede kwartaal van 2026 de duurste huurmarkt van Nederland, met een gemiddelde prijs van € 28,69 per vierkante meter. Daarna volgden Amstelveen met € 25,10 en Hoofddorp met € 23,87 per vierkante meter.
De sterkste prijsstijgingen werden gemeten in Helmond (+21,0%), Rijswijk (+18,2%) en Hoofddorp (+16,8%). Op provinciaal niveau was Noord-Holland met gemiddeld € 25,72 per vierkante meter het duurst. Friesland (€ 14,33) en Drenthe (€ 14,55) kenden de laagste gemiddelde vierkantemeterprijzen.
Deze verschillen onderstrepen het belang van een lokale marktanalyse. Landelijke gemiddelden bieden richting, maar zijn niet altijd representatief voor een specifieke woning, straat of doelgroep.
Wat betekenen deze ontwikkelingen voor verhuurders?
De cijfers laten zien dat er nog altijd veel vraag is naar vrije sector huurwoningen. Tegelijkertijd is verhuren complexer geworden. De toegestane huurprijs wordt niet uitsluitend door de markt bepaald, maar ook door het woningwaarderingsstelsel en de vraag of een woning in de sociale huur, middenhuur of vrije sector valt.
Daarnaast moeten verhuurders onder meer rekening houden met huurprijsbescherming, regels rond servicekosten, gemeentelijke voorschriften, verduurzaming en de jaarlijkse maximale huurverhoging. Voor 2026 gelden maximale huurverhogingen van 4,4% in de vrije sector, 6,1% in de middenhuur en 4,1% in de sociale huursector.
Een professionele aanpak begint daarom met een goede beoordeling van de woning. Denk aan een actuele WWS-puntentelling, controle van het energielabel, een realistische markthuuranalyse en een zorgvuldige screening van kandidaat-huurders. Ook tijdens de huurperiode zijn correcte administratie, tijdige communicatie en technisch beheer essentieel.
City Estate helpt vastgoedeigenaren vooruit
City Estate ondersteunt vastgoedeigenaren door heel Nederland bij woningverhuur en het dagelijkse vastgoedbeheer van woningen en vastgoedportefeuilles. Van huurprijsadvies, WWS-puntentellingen en kandidaatselectie tot financieel, administratief, commercieel en technisch beheer.
Wil je weten welke huurprijs bij jouw woning past, welke regelgeving van toepassing is of hoe je het rendement en beheer van jouw vastgoed kunt optimaliseren? Neem dan vrijblijvend contact met ons op. We denken graag met je mee.

